Geweld

De laatste tijd worden we bestookt met termen als geweldloos verzet of vreedzaam protest. Twee termen die gebruikt worden en die diametraal staan tegenover de werkelijkheid.

Allereerst geweld. Dit is gebruik maken van machtsmiddelen om te doen wat je wilt. Er is een machtsverschil tussen dader en slachtoffer. Dat kan met bommen en granaten zijn of er stevig met de vuisten op los gaan. Volgens deze interpretatie van het woord is geweldloos verzet dus alles waarbij je niet begint met vechten, of met fysiek geweld.

Maar geweld kan ook subtieler zijn. Iemand kan psychische dwang uitoefenen, agressie in woorden, intimidatie of dreiging. Psychisch geweld is ook vernedering, uitsluiting en manipulatie. Als je iemand belet om door een deur te gaan door ervoor te gaan staan, is dit gebruiken maken van je eigen macht of de zwakte van de ander om te laten gebeuren wat je zelf belangrijk vindt. Zeker als je daarbij erop rekent dat de ander niets zal doen omdat het gefilmd wordt of er een andere dreiging in de lucht hangt.

Je kan ook “vreedzaam demonstreren” waarbij je zeker weet dat de overheid moet ingrijpen. Het is dan meer een provocatie dan een demonstratie. De ander wordt gedwongen om in te grijpen vanwege een ander belang zoals de veiligheid van het verkeer. Geweldloos verzet is dus eigenlijk een contradictio in terminus. De provocatie is het uitlokking van geweld.

Vreedzaam protest heeft echter wel een onschuldige variant. Dat is als je protesteert of demonstreert op een plek die passend en toegelaten is. Als je dat doet op een plek die niet toegelaten is, is er weer sprake van een provocatie en een provocatie kan nooit vreedzaam zijn.

Geweldloos of vreedzaam demonstreren gaat in beide gevallen om het uitlokken van de grens van tolerantie. Je kijkt hoe ver je kan gaat totdat iemand gaat reageren op een manier die, bij deze voorbeelden, voor negatieve publiciteit zorgt. Hoezo vreedzaam en geweldloos?